top of page
Zoeken

Last van houtrook van de buren? Zo bespreek je het

2 uur geleden
5 minuten om te lezen

Het stookseizoen is weer begonnen. Voor de een is een houtkachel of vuurkorf gezellig, voor de ander betekent het rook in huis, een kriebelende keel en ramen die dicht moeten blijven. Heb jij last van de houtrook van je buren? In dit artikel lees je hoe je het rustig bespreekbaar maakt, wat je kunt vastleggen en wanneer je verder kunt gaan.

Brandende houtkachel met opgestapeld hout ernaast

Waarom houtrook zo snel binnenkomt

Rook van een houtkachel blijft vaak laag hangen, vooral bij weinig wind, mist of een koude, windstille avond. Dan zakt de rook de straat of de tuin in en komt hij via ventilatieroosters, kieren en open ramen naar binnen. Je buren merken daar zelf meestal weinig van: hun schoorsteen blaast de rook weg van hun eigen huis. Veel mensen weten dus oprecht niet dat iemand anders er last van heeft.

Dat is meteen goed nieuws. Wie niet weet dat er een probleem is, kan er ook niets aan doen. Een eerste, vriendelijk gesprek of bericht lost daarom vaker iets op dan je zou denken.

Stap 1: begin met een gesprek of een kort bericht

Kies een rustig moment, dus niet op de avond dat de kachel brandt en jij geïrriteerd bent. Vertel wat je merkt, zonder verwijten. Bijvoorbeeld:

"Ik weet niet of je het doorhebt, maar als jullie kachel aan is, komt de rook bij ons naar binnen. Vooral op windstille avonden moeten we dan de ramen dichtdoen. Zouden we samen kunnen kijken of daar iets aan te doen is?"

Een paar dingen helpen om het gesprek goed te laten verlopen:

  • Praat vanuit jezelf. "Wij hebben last van de rook" werkt beter dan "Jullie verpesten de lucht".

  • Maak het concreet. Noem wanneer het speelt (bijvoorbeeld 's avonds na zeven uur) en wat het met je doet (ramen dicht, hoesten, geur in de kleding).

  • Vraag iets haalbaars. Denk aan niet stoken bij windstil weer, alleen droog hout gebruiken, of de kachel laten controleren.

  • Luister ook. Misschien is de kachel hun belangrijkste warmtebron, of wisten ze niet dat nat hout veel meer rook geeft.

Vind je aanbellen lastig, of heb je het al eens geprobeerd? Dan is een kort, vriendelijk briefje of appje een goed alternatief. Je kunt dan rustig je woorden kiezen en je buren kunnen er even over nadenken voordat ze reageren.

Stap 2: wijs op de Stookwijzer

Het RIVM publiceert de Stookwijzer. Die geeft per postcode een stookadvies op basis van windkracht en luchtkwaliteit: geel, oranje of rood. Bij code oranje is het beter om niet te stoken, bij code rood is het advies om geen hout te stoken.

Het advies is landelijk niet verplicht, maar sommige gemeenten hebben houtstook bij code oranje of rood wel verboden. Het is een handig, neutraal hulpmiddel om samen afspraken te maken. "Zullen we afspreken dat je niet stookt als de Stookwijzer op oranje of rood staat?" voelt voor veel mensen minder persoonlijk dan een verzoek van de buren zelf.

Stooktips die je samen kunt bespreken

Veel rook komt niet door het stoken zelf, maar door hoe er gestookt wordt. Gemeenten en het RIVM geven daarvoor steeds dezelfde tips. Je kunt ze in een gesprek of bericht voorleggen als iets wat je hebt gelezen, niet als verwijt:

  • Alleen droog hout. Maximaal 20% vocht, minstens anderhalf tot twee jaar overdekt gedroogd. Droog hout herken je aan scheurtjes in de kopse kant en loszittende schors.

  • Alleen schoon hout. Geen geverfd, gebeitst, behandeld of gesloopt hout, en geen afval of karton.

  • Van bovenaf aansteken. Grote blokken onder, aanmaakhoutjes en een aanmaakblokje bovenop. Papier en brandspiritus geven veel rook.

  • Genoeg lucht. Luchttoevoer van de kachel helemaal open. Wordt het te warm, dan minder hout opgooien in plaats van de lucht af te knijpen: smeulen geeft de meeste rook.

  • Let op de rook. Bijna kleurloze rook en heldere gele vlammen betekenen een goede verbranding.

  • Niet bij windstil of mistig weer. Onder windkracht 3 blijft de rook in de buurt hangen.

  • Kachel en schoorsteen. Een kachel die past bij de kamer, een goed aangesloten rookkanaal en minstens één keer per jaar vegen door een erkend vakman.

Bijvoorbeeld: "Ik las dat droog hout en de luchttoevoer helemaal open veel minder rook geven. Misschien helpt dat al?" Zo help je je buren op weg zonder dat het als kritiek voelt.

Stap 3: houd bij wanneer je last hebt

Blijft de overlast terugkomen, ook na een gesprek? Begin dan met het bijhouden van een logboek. Noteer bij elke keer:

  • datum en tijd (van wanneer tot wanneer);

  • wat je merkte (geur, zichtbare rook, rook in huis);

  • het weer en, als je wilt, de kleur van de Stookwijzer op dat moment;

  • wat je moest doen (ramen dicht, ventilatie uit, was binnenhalen);

  • eventuele klachten, zoals hoesten of hoofdpijn.

Een logboek helpt je om het patroon te zien, om in een vervolggesprek concreet te zijn en om later, als het nodig is, te laten zien dat het om meer gaat dan één keer.

Stap 4: als praten niet helpt

Komen jullie er samen niet uit, dan zijn er vervolgstappen:

  • Een tweede, iets formelere brief. Herhaal rustig wat je eerder hebt gevraagd en wat er sindsdien is gebeurd.

  • Buurtbemiddeling. In veel gemeenten helpen getrainde vrijwilligers buren gratis om samen tot afspraken te komen.

  • Melden bij de gemeente. De gemeente gaat over stookoverlast. Sommige gemeenten zijn aangesloten op de meldfunctie van de Stookwijzer, andere hebben een eigen meldpunt. Je logboek is daarbij waardevol.

  • Huur je? Dan kun je het ook melden bij je verhuurder of woningcorporatie. In een appartementencomplex kan de VvE een rol spelen.

Regels over houtstook verschillen per gemeente en kunnen veranderen. Dit artikel is geen juridisch advies. Kijk voor de regels bij jou in de buurt op de website van je gemeente.

Uit de praktijk

Huisbezoeken in Helmond. In een Helmondse wijk met veel klachten over houtstook gingen een handhaver en een beleidsmedewerker anderhalf jaar lang bij bewoners langs: bij de stokers én bij de buren met overlast. Ze luisterden naar beide kanten en gaven stooktips. Daarna kwamen er nauwelijks nog klachten. Die aanpak staat nu in de landelijke Routewijzer houtstook voor gemeenten.

Naar de rechter in Gelderland. Een stel vroeg de rechter in 2017 om het stoken van de buren te beperken, onder meer tot vier uur per dag. De rechter wees dat af: er waren verklaringen vóór en tegen, en te weinig bewijs van onrechtmatige hinder. Het stel werd naar de gemeente verwezen (bron: Rechtspraak). De les: een rechtszaak is zelden de snelste weg. Een goed bijgehouden logboek en een melding bij de gemeente zijn meestal de betere volgende stap.

Liever niet zelf de woorden zoeken?

Het lastigste is vaak de eerste zin. Met het CalmNotes-pakket voor houtstook krijg je vijf bewerkbare voorbeeldberichten, van een eerste vriendelijk bericht tot een vervolg als er niets verandert, plus een Excel-logboek om stookmomenten bij te houden. Meer uitleg over deze situatie vind je op de pagina houtstook van de buren.

 
 
 

Opmerkingen


bottom of page