Haan van de buren kraait te vroeg: wat kun je doen?
Bijgewerkt op: 4 dagen geleden
Kippen in de achtertuin zijn populair, maar wie ernaast woont, merkt soms vooral de nadelen. Een haan die in de zomer al om vijf uur begint, een mestgeur die bij warm weer over de schutting komt, of ratten en vliegen die op het voer afkomen. Je buren merken dat vaak zelf niet, of zijn eraan gewend. In dit artikel lees je wat je kunt vragen en hoe je het rustig bespreekbaar maakt.

Waarom een haan en een kippenhok zo opvallen
Een haan kraait niet om te pesten. Hij reageert op licht en op andere hanen in de buurt, en hij begint daarom vaak al bij de eerste schemer. In juni kan dat vóór vijf uur zijn. Het geluid is hoog en draagt ver, zeker in de stilte van de vroege ochtend.
Een kippenhok geeft op zichzelf weinig overlast, zolang het schoon en droog is. Loopt het uit de hand, dan merk je het als buur aan:
Geur. Natte mest en een volle ren ruik je bij warm weer tot in de tuin of bij een open raam.
Vliegen. Mest en oud voer trekken vliegen aan, die ook bij jou op het terras komen.
Ratten en muizen. Voer dat open blijft staan en etensresten zijn een gedekte tafel voor ongedierte.
Bespreek het vriendelijk
Begin met de aanname dat je buren niet weten hoe het bij jou klinkt of ruikt. Zeg dat je niets tegen de dieren hebt, en vertel concreet wat je merkt:
"Jullie haan begint de laatste weken al rond vijf uur, en dat horen we in de slaapkamer. Ik weet dat jullie plezier hebben van de kippen. Zouden we samen kunnen kijken of er een kleine aanpassing mogelijk is?"
Kies een rustig moment, niet direct na een korte nacht, en kom niet aan de dieren of in de tuin van je buren.
Wat kun je vragen en afspreken?
Vraag niet meteen of de haan weg moet; kleine maatregelen schelen vaak al veel:
Een donker nachthok. Een haan kraait op licht. In een hok dat ’s nachts echt donker is, begint hij meestal later.
Later uitlaten. De kippen pas na een afgesproken tijd uit het nachthok laten, bijvoorbeeld na zeven uur.
Een andere plek. Het hok verder van slaapkamerramen en van de erfgrens zetten.
Schoon en droog. Het hok en de ren regelmatig uitmesten en bij regen droog houden, zodat geur en vliegen afnemen.
Voer afgesloten bewaren. Voer in een afgesloten bak, geen etensresten in de ren en ’s avonds de voerbak binnenzetten, zodat ratten minder kans krijgen.
Spreek een proefperiode af, bijvoorbeeld twee weken, en kijk daarna samen of het helpt.
Welke regels gelden er?
Er is geen landelijke regel die het houden van kippen of een haan in een gewone tuin verbiedt. Wel kan je gemeente in de algemene plaatselijke verordening (APV) of het omgevingsplan regels hebben over het houden van dieren, geluid en stank, en sommige gemeenten stellen eisen aan hanen in de bebouwde kom. Ook een huurcontract of het reglement van een VvE kan iets zeggen over het houden van dieren. Daarnaast mag hinder voor de buren niet onrechtmatig zijn (artikel 5:37 Burgerlijk Wetboek). Dat hangt af van alle omstandigheden, zoals hoe vroeg en hoe vaak de haan kraait en of het een landelijke of stedelijke omgeving is. Dit artikel is geen juridisch advies.
Houd bij wat je merkt
Blijft het storend? Houd dan een paar weken een logboek bij. Noteer datum, vanaf hoe laat de haan kraait en ongeveer hoe vaak, waar je het hoort, en wat het gevolg was, bijvoorbeeld wakker worden om vijf uur. Schrijf ook geur, vliegen of ratten op, met tijd en plek. Zo kun je later rustig laten zien wat er speelt en of een afspraak heeft geholpen.
Uit de praktijk
In het dorp Lage Mierde vroeg een bewoner zijn gemeente om op te treden tegen de haan en kippen van de buren, die op een perceel van ongeveer 1.400 vierkante meter werden gehouden. De Raad van State oordeelde in 2014 dat één haan en een handvol kippen op zo’n perceel niet in strijd zijn met de woonbestemming, en dat de gemeente bij meerdere controles geen hinder had vastgesteld (bron: Raad van State, uitspraak 201304061/1/A1). De les: in een landelijke omgeving ligt de lat voor hinder hoger, en het helpt als je concreet kunt laten zien wat je merkt.
Als je er samen niet uitkomt
Stuur een tweede, duidelijke brief. Verwijs naar je eerdere gesprek en noem een paar voorbeelden uit je logboek.
Schakel buurtbemiddeling in. Een neutrale bemiddelaar helpt jullie om samen tot een afspraak te komen; meestal gratis, maar je buren moeten wel mee willen doen.
Meld geur of ongedierte bij je gemeente. Veel gemeenten hebben een meldpunt voor overlast; bij ratten kan de gemeente adviseren of bestrijden.
Hulp bij het eerste bericht
Met het CalmNotes-pakket over de haan en kippen van de buren krijg je bewerkbare voorbeeldberichten om het vroege kraaien, de geur of het ongedierte rustig aan te kaarten, met vervolgberichten als er niets verandert en een logboek om bij te houden wat je merkt. Meer tips lees je op de pagina haan en kippen van de buren.
Kies een passende vervolgstap
Gratis logboek — Houd gebeurtenissen, contact en afspraken bij.
Dossier en hulpvraag voorbereiden — Orden je informatie en bereid een hulpvraag voor.
Hulp inschakelen — Bekijk welke partij bij jouw situatie kan helpen.



Opmerkingen